Eind 2023 ontvingen wij van de familie Keetelaar een bijzondere schenking, bestaande uit onder meer een set documenten van Gerardus Johannes (Gerrit) Keetelaar. De set bevatte onder meer een Entlassungsschein (vrijlatingsbewijs) van Konzentrationslager Herzogenbusch, diverse briefjes van het ziekenhuis van datzelfde concentratiekamp, en een tekening van Keetelaar in kampuniform. Gerrit Keetelaar had dus in Kamp Vught gezeten, maar waarom? Per toeval kwamen we na een lange zoektocht achter de reden.

Gerardus Johannes (Gerrit) Keetelaar
Gerardus Johannes is op 26 mei 1900 geboren in Bussum als zoon van Hendrikus Zacharias Keetelaar (Muiden, 1876) en Dirkje Bollebakker (Hilversum, 1875). In 1905 – het gezin bestond inmiddels uit vader, moeder en twee zoons – verhuisden ze naar Hilversum. Hier werd in 1914 Abraham Hendrikus geboren. Op 24-jarige leeftijd trad Gerrit in het huwelijk met Marretje (Marie) Hogenbirk. In 1926 verhuisde het echtpaar naar de Ehrlichstraat 13, waar op 23 januari 1927 hun zoon Hendrikus Zacharius werd geboren. Gerrit verdiende de kost als timmerman en sigarenwinkelier. Marie was sinds 1915 in dienst als dienstmeisje van de familie Hamel. In de jaren ’30 trad Gerrit als metaalsorteerder in dienst van de N.V. Gooische Metaalhandel I. Hamel & Zonen. Ook was hij chauffeur en vertrouwensman van de familie.
Portret G.J. Keetelaar door Piet de Zwart, Vught, 1943. Collectie Hilversum in de Oorlog
Pasfoto op het Rijbewijs van G.J. Keetelaar uit 1945. Collectie Hilversum in de Oorlog
Portret Gerardus Johannes Keetelaar, Vught, December 1943
Dit portret van G.J. Keetelaar is in kamp Vught vervaardigd door de kunstschilder Petrus (Piet) Antonius Cornelis de Zwart, geboren op 24 december 1905 te Delft. Piet de Zwart zat sinds 12 Augustus 1943 gevangen in het kamp Vught en had het nummer 6967. Hij werd in augustus 1944 naar kamp Amersfoort overgeplaatst.
''H 7461''
Op de borst zit het kampnummer ''7461'', dit komt overeen met de overige documenten. De H in de (rode) driehoek staat voor Hollandse politieke gevangene.
Zoektocht
Uit de documenten die we van de familie Keetelaar hadden ontvangen, konden we afleiden dat Gerardus Johannes Keetelaar op 1 september 1943 is gearresteerd en op 25 april 1944 is vrijgelaten. Door de briefjes van de kamparts en de ziekenbarak wisten we dat Gerardus Johannes leed aan een maagzweer en keelontsteking had.
De stukken gaven echter geen antwoord op de vraag wat de reden van zijn inhechtenisneming was. Een zoektocht in verschillende archieven leverde weinig op. De gegevens in Arolsen Archives bood geen nieuwe informatie; dat Gerardus Johannes Keetelaar op 6 oktober 1943 was binnengebracht in Kamp Vught, ziek was geweest, en op 25 april 1944 vrij werd gelaten, was al bekend. Navraag bij Kamp Vught en het NIOD leverde evenmin resultaat op. Ook de recent door het Archief Gooi en Vechtstreek aangetroffen en gedigitaliseerde arrestantenregisters gaven geen antwoord op onze vraag; het register van 1 september 1943 ontbreekt.
Konzentrationslager Herzogenbusch Lagerarts briefje van G.J. Keetelaar. Collectie Hilversum in de Oorlog
Brief I. Hamel & Zonen over de werknemer G.J. Keetelaar, ondertekend door de Treuhänder Robert Gill, de brief werd afgesloten met ''Heil Hitler''. Collectie Hilversum in de Oorlog

Brief van Treuhänder Robert Gill, aan het Gewestelijk Arbeidsbureau Amsterdam over zijn werknemer G.J. Keetelaar. Collectie Hilversum in de Oorlog
Treuhänder Robert Gill
Op 2 januari 2025 kwam de inventarislijst van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) online via www.oorlogvoorderechter.nl. Voor een ander onderzoek hadden we het dossier van Robert Gill opgevraagd, een oorlogskoper die gedurende de bezetting ‘maar liefst’ negen panden van Joden in Hilversum heeft opgekocht, waaronder Lijsterbeslaan 13 en Veerstraat 38a-b40, beide eigendom van A. Hamel, J. Hamel en M. Hamel. Het adres aan de Lijsterbeslaan werd later zijn woonadres. Uit het dossier bleek dat Gill Rijksduitser was, maar al sinds zijn vierde in Nederland woonde. Hij had al enige ervaring in de metaalbranche toen hij in 1942 verzocht Verwalter (beheerder) te worden van N.V. Gooische Metaalhandel I. Hamel & Zonen, gevestigd Groest 77a/79. Later werd hij Treuhänder (bewindvoerder) over dit bedrijf. Dit was het bedrijf waar G.J. Keetelaar werkte.
Het salaris dat Gill zichzelf toekende, bedroeg maar liefst 12.000 gulden per maand, hetgeen hem in staat stelde meerdere onteigende panden in Hilversum, Bussum en Amersfoort op te kopen. Na de oorlog was Gill een tijdlang geïnterneerd in Vught. Later is hij vetrokken naar Duitsland.
Tijd na gevangenschap
Na zijn vrijlating uit Vught op 25 april 1944 moest Gerrit Keetelaar zich melden op de Euterpestraat 99, het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst, hetgeen hij ook meteen gedaan heeft. Vrijwel direct trad hij weer in dienst van de Gooische Metaalhandel N.V. Op aanraden van de arts in Vught, had Gerrit in het kamp elke dag een koude douche genomen. Dit zou goed zijn voor zijn gezondheid. Na zijn vrijlating liet hij op de binnenplaats achter zijn huis een douche aanleggen, uiteraard met sanitair van de firma Hamel Sanitair.
We keken nog eens goed naar de handtekening op het formulier van vrijlating. Het bleek dezelfde handtekening te zijn als de handtekening die we twee maanden eerder in het NIOD hebben gezien. In tegenstelling tot hier, stond daar wel een naam bij: Robert Gill.

Bewijs van werknemerschap bij I. Hamel & Zonen van G.J. Keetelaar, ondertekend door de Treuhänder Robert Gill. Collectie Hilversum in de Oorlog
Gewestelijk Arbeidsbureau Amsterdam
Op 15 mei 1944 schreef Robert Gill aan De Jong van het Gewestelijk Arbeidsbureau Amsterdam dat G.J. Keetelaar een belangrijke medewerker was die niet gemist kon worden. In deze brief schrijft hij ook dat Keetelaar een periode vast heeft gezeten.
Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud van hedenmorgen dienen wij hiermede bij U aan onze werknemer G.J. Keetelaar, Ehrlichstraat 13, Hilversum.
Genoemde persoon is per 1 September 1943 gearresteerd en na verblijf van ca. 5 weken in de gevangenis te Amsterdam (Amstelveenscheweg) overgebracht naar het concentratiekamp te Vught, vanwaar hij op 25 April is ontslagen, na zich te hebben afgemeld aan de Euterpestraat 99, A'dam.
Keetelaar is een zeer goede werkkracht in ons bedrijf, zoodat wij zijn plaats hebben opengehouden. Van de 24 werknemers hebben wij thans nog 13 over en dit aantal kan nu niet meer verminderd worden in verband met de diverse opdrachten welke wij hebben uit te voeren in opdracht van de Rüstung (Schrot en oude metale inzameling, sorteering en verzending alsmede sloopobjecten). Onze N.V. is dan ook als S-Betrieb ingeschreven onder Nr. 245.
Na zijn ontslag uit het concentratiekamp hebben wij Keetelaar dan ook onmiddelijk weer in dienst genomen en is hij dus thans weer als metaalsorteerder enz. Bij ons S-Betrieb werkzaam. Wij zeggen U bij voorbaat dank voor de tenemen moeite en teekenen.
Hoogachtend
N.V. Gooische Metaalhandel I. Hamel & Zonen
Robert Gill
Een ‘jodenkindje van Hamel’
Het openbaar komen van de inventarislijst van het CABR gaf ook een nieuwe impuls aan ons onderzoek naar de reden voor de arrestatie van Keetelaar: er blijkt een Keetelaar in voor te komen. Door de geboorteplaats en -datum te vergelijken met de gezinskaart van Gerardus Johannes Keetelaar, kwamen we erachter dat het dossier op naam stond van zijn broer. We besloten het stuk aan te vragen. We verwachtten er in eerste instantie niet heel veel van. Hoe groot is nu de kans dat er in dit dossier iets over de reden van arrestatie van G.J. zou staan? En toen stond het er opeens, zwart op wit. De broer van de Keetelaar van wie wij het dossier hadden opgevraagd, had een ‘jodenkindje van Hamel’ laten onderduiken en werd naar Vught gestuurd. Het kindje zou zijn ondergedoken op het huisadres van Gerrit en Marie, Ehrlichstraat 13.
De broer van Gerrit werd er door de beruchte verrader Ganzevles van beschuldigd een ander adres waar Joden ondergedoken zaten, te hebben verraden. Hij werd vrijgesproken, met de volgende verklaring: ‘Indien volgens aanklacht Ketelaar [sic.] de joden verraden zou hebben, zou hij tegelijkertijd zijn broer B. Ketelaar [sic.] en zijn schoonzuster M. Ketelaar-Hogenbirk in deze kwestie betrokken hebben, aangezien eerstgenoemde goederen in huis had, en de tweede alles financierde en voor eten zorgde’.
Een nieuwe zoektocht
Maar de informatie uit de CABR-archieven riep ook weer nieuwe vragen op. Want wie werd er bedoeld met het ‘jodenkindje van Hamel’? Hij of zij moest in ieder geval verwant zijn aan de familie Hamel, Gerrit Keetelaar moet het kindje gekend hebben via diens werkgever, of in ieder geval de familie van het kindje. Via via kwamen we er achter wie er werd bedoeld. Het bleek te gaan om een jongetje. Hij heeft het overleefd, leeft nog steeds, en is inmiddels overgrootvader.

Het gezin Hamel, waarschijnlijk in 1942/1943. Vader, moeder, dochter en zoon hebben de oorlog overleefd. Collectie Ghetto Fighters House Archive
Dankwoord
Met bijzondere dank aan de familie Keetelaar voor het beschikbaar stellen van deze belangrijke documentatie. En met bijzondere dank aan de families Keetelaar en Hamel voor het delen van zeer waardevolle informatie.
Reactie plaatsen
Reacties